Hoe pakken we problematische schulden aan?

Op 30 juni heeft de Algemene Rekenkamer de Aanpak problematische schulden gepubliceerd, waarin ze een overkoepelend beeld geven van de aanpak van problematische schulden door de overheid via schuldhulpverlening, schuldenbewind en schuldsanering.Cover Aanpak problematische schulden (Foto Roel Burgler/Hollandse Hoogte)

Het is op landelijk niveau niet bekend welk deel van de minstens 544.000 huishoudens met een problematische schuld geen hulp ontvangt. Het is ook niet bekend hoeveel mensen schuldhulpverlening ontvangen door de gemeente en wat de resultaten hiervan zijn. Naar aanleiding van het onderzoek noemt de Algemene Rekenkamer onder meer als aandachtspunt:

  • het zorgen voor een landelijk beeld over de werking van het stelsel voor de aanpak van problematische schulden en de uitgaven die hiermee gepaard gaan. De staatssecretaris van SZW en de minister van VenJ zouden daartoe landelijk geldende afspraken moeten maken met gemeenten over schuldhulpverlening en met beschermingsbewindvoerders over schuldenbewind. Deze afspraken zouden moeten leiden tot een slimme en slanke informatievoorziening over de werking van het stelsel, waarbij de gegevens die gemeenten en beschermingsbewindvoerders registreren de basis vormen van het landelijk beeld. Landelijke afspraken met gemeenten en beschermingsbewindvoerders ondersteunen het opbouwen van kennis over de oorzaken van problematische schulden (risicofactoren), wat de doelgroepen zijn van problematische schulden, wat werkt en niet werkt tegen welke kosten.

Op dezelfde dag presenteerde de WRR de Verkenning Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden.

WRR-Verkenning 33 Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden

Regels en instituties zouden zich minder moeten baseren op hoe mensen zich zouden moeten gedragen en meer op hoe zij zich feitelijk gedragen. Ook mensen die goedwillend kunnen in financiële problemen komen als ze even niet opletten, niet alle regelingen kennen en begrijpen, of door alle stress moeite hebben helder te blijven denken en gecontroleerd te handelen. Een slim ontwerp van regels en instituties houdt meer rekening met dit ‘menselijk tekort’. Aanbevolen beleidsrichtingen:

  • probeer allereerst te voorkomen dat mensen nodeloos in financiële problemen komen door keuzes zo in te richten dat mensen relatief makkelijk zullen uitkomen bij de optie die voor hun financiële situatie waarschijnlijk het beste is;
  • als mensen toch problematische schulden (dreigen te) ontwikkelen, zorg dan dat snel contact wordt gelegd tussen schuldenaar en hulpverlener. Dat kan door de drempel voor schuldhulpverlening te verlagen en door meer werk te maken van vroegsignalering;
  • mochten mensen hun schulden aan de overheid niet meer afbetalen, zet de bijzondere bevoegdheden van de overheid dan zoveel mogelijk pas in nadat is vastgesteld dat de betreffende schuldenaren ook beschikken over voldoende afloscapaciteit. Anders kan het gevolg zijn dat schuldenaren onder het bestaansminimum uitkomen, en daardoor welhaast gedwongen zijn om nieuwe schulden te maken.

Biedt een combinatie van de aandachtspunten en beleidsrichtingen een doeltreffende aanpak van  problematische schulden?

 

Kabinetsreactie Evaluatierapport Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Staatssecretaris Klijnsma van SZW schrijft in de reactie dat er veel verbeterd is. Maar uit de evaluatie blijkt ook dat er verbeterpunten zijn. Daarom wil de staatssecretaris wetgeving aanpassen waar dat nodig is, de professionaliteit en de registratie in de schuldhulp verbeteren en de inspectie onderzoek laten doen naar de toegankelijkheid.

In de bijlage bij de kabinetsreactie gaat ze specifieker in op het pakket met maatregelen. Een van de maatregelen is  Meten is weten: registratie en de beschikbaarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening.

Voor een goede uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening is het van groot belang dat gemeenten beschikken over inzicht in cliëntenstromen. Gemeenten hebben voor een goede uitvoering van de schuldhulpverlening inzicht nodig in wie zich meldt voor schuldhulpverlening, wie welk aanbod wordt gedaan, wat het effect daarvan is en wacht- en doorlooptijden. Dit geeft gemeenteraden inzicht in de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening en daarmee de sturingsinformatie op basis waarvan prioriteiten gesteld kunnen worden, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet op preventie en vroegsignalering. Inzicht in cliëntenstromen stelt gemeenten daarnaast in staat zich te vergelijken met andere gemeenten en op basis daarvan gericht op zoek te gaan naar mogelijkheden tot uitwisseling van kennis en expertise met andere gemeenten om tot verbetering van de lokale aanpak te komen.

In de evaluatie wordt beschreven dat het probleem van de registratie rond de toegang niet alleen ligt in het feit dat er in de gemeentelijke registratie geen totaaloverzicht is van het gedane aanbod (schuldhulpverlening of een alternatief aanbod), maar ook dat gemeenten in hun registraties verschillend definiëren wat al dan niet onder schuldhulpverlening valt. Hierdoor is onduidelijk hoeveel mensen uitvallen tussen het moment dat zij hun hulpvraag hebben gesteld en het moment dat ze een hulpaanbod hebben gekregen, of in welke mate de hulpvragers een aanbod hebben gehad. Wat op dit moment ook nog bijdraagt aan de onduidelijkheid over de toegang is dat de praktijk van de wijkteams nog in ontwikkeling is, waardoor er geen totaaloverzicht is over de verschillende stromen in de toegang.

Het kabinet is van mening dat inzicht in cliëntenstromen binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening noodzakelijk is voor zowel sturing door gemeenten op kwaliteit en effectiviteit, en dat het van belang is dat gemeenten zich met anderen kunnen vergelijken (benchmark).

Maatregelen:

–           Gemeenten willen over betere sturingscijfers beschikken. Het kabinet en de VNG, Divosa en de NVVK werken vervolgacties uit om dit te bewerkstelligen. Divosa, in samenwerking met Stimulansz en BMC, is gestart met de benchmark Armoede en Schulden en de VNG onderzoekt de mogelijkheden om deze gegevens aan te kunnen laten sluiten bij de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD). Dit zou inzicht bieden in de hulpverlening die mensen met schulden binnen het brede sociale domein krijgen. Ook wordt bezien in hoeverre de cijfers van de NVVK hieraan gekoppeld kunnen worden. De GMSD kent drie doelstellingen: horizontale verantwoording naar de gemeenteraad, benchmarking en beleidsinformatie Rijk. De basis van de monitor ligt in de lokale behoefte aan sturings- en monitoringsinformatie.

–           Gemeenten moeten zich kunnen vergelijken met andere gemeenten. Divosa heeft, in samenwerking met Stimulansz en BMC, met de ontwikkeling van de benchmark armoede en schulden een goede stap gezet. Vanaf 2016 worden jaarlijks geanonimiseerde factsheets gepubliceerd met daarin onder andere informatie over het aantal klanten in de schuldhulpverlening, het type dienstverlening dat hen wordt aangeboden en de effectiviteit en de organisatie van de schuldhulpverlening.

 

Meer informatie

 

Breed moratorium wordt geregeld

 

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie willen een ‘breed moratorium’ instellen.

Tijdens het debat met de Tweede Kamer in april verklaarde kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie) samen met CDA-collega Pieter Heerma  een initiatiefwetsvoorstel te hebben geschreven dat de adempauze voor schuldenaars sneller moet kunnen regelen. Dit voorstel is ingediend, ondanks de toezeggingen van de staatssecretaris zelf actie te ondernemen. Behalve de CU drongen ook PvdA, CDA, SP en D66 aan op een snelle invoering.
Het artikel in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening dat gemeenten de mogelijkheid geeft een moratorium aan te vragen bij de rechter is na vier jaar nog steeds niet in werking getreden. De nadere voorwaarden voor het moratorium komen in een apart besluit.

Na intensief overleg met de belangenbeharigers van schuldhulpverleners (NVVK), gerechtsdeurwaarders (KBvG), VNG en de vier grote steden, is het ontwerpbesluit vastgesteld. Op 24 mei  gaat het ontwerpbesluit voor dit moratorium in internetconsultatie zodat ook partijen van buiten mee kunnen denken over het moratorium. De komende zes weken kunnen mensen reageren op het besluit, daarna gaat het naar de Raad van State. Streefdatum voor inwerkingtreding is 1 januari 2017.

 

 

 

Burgerperspectief borgen bij schulden

De afgelopen weken is er veel aandacht geweest voor het voorkomen van schulden en voor schuldhulpverlening. Hoe kan het beter? Het ministerie van SZW heeft de Rijksincassovisie gepresenteerd. Het doel is te voorkomen dat door een opeenstapeling van incasso-activiteiten de schulden van burgers toenemen.
Voor Divosa, VNG, NVVK, en de MOgroep ging de Rijksincassovisie niet ver genoeg. In een gezamenlijk  pamflet aan de Tweede Kamer doen zij concrete voorstellen voor verbetering van de aanpak van schulden en armoede.

Ook de Nationale ombudsman belicht in zijn jaarverslag over 2015 de schuldenproblematiek: ‘Terugkijkend op 2015 zijn er vier grote maatschappelijke ontwikkelingen die we willen uitlichten omdat ze de komende jaren in de overheidsprocessen zeker nog relevant zullen zijn als het gaat om het borgen van het burgerperspectief. Dit zijn: schulden, decentralisatie, vluchtelingenstromen en digitalisering.

Schulden
Ongeveer 750.000 huishoudens in Nederland kampen met schulden, waarvan 100.000 met ernstige schulden. Ouders staan voor de keuze: de huur betalen of eten kopen voor de kinderen. Het klinkt ongelofelijk, maar toch gebeurt dit. In de klachten en signalen zien we dat het gebrek aan geld leidt tot een nog groter gebrek aan geld, dat mensen door incassokosten en boetes in een neerwaartse spiraal terechtkomen. Het structurele gebrek aan geld laat zich gemakkelijk vertalen in chronische stress, verminderde fysieke kracht en een verminderd rationeel denken. Schulden kosten zo ook de maatschappij en het openbaar bestuur veel geld en energie. Denk aan de inzet van allerlei overheidsinstanties zoals UWV, gemeente, jeugdzorg of politie bij het zoeken naar werk, een passende woning, bij familieproblemen en geweld.

Als deze overheidsinstanties hun dienstverlening onvoldoende afstemmen op de burgers waar zij mee te maken hebben en de situatie waarin zij zich bevinden, dan ontstaan in de praktijk problemen. De problematiek van de eerder genoemde gijzelingen en de omgang van de overheid met de wettelijk beschermde beslagvrije voet zijn hiervan illustraties.’

Kamerbrief over rijksincassovisie

Het ministerie van SZW heeft op 4 april in een brief aan de Tweede Kamer de Rijksincassovisie uiteengezet.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma schrijft  dat overheden bij het terugvorderen van openstaande schulden bij burgers nauwer met elkaar moeten samenwerken. Dit om te voorkomen dat door een opeenstapeling van incasso-activiteiten de financiële problemen van burgers groeien en de schulden verder toenemen.

In Nederland is de Rijksoverheid één van de grootste schuldeisers. In de praktijk heeft iemand die in de schulden zit vaak met meerdere overheidsorganisaties te maken. Elk van die instanties heeft een eigen aanpak en mogelijkheden om betalingsregelingen te treffen.
Klijnsma pleit er voor dat overheidsinstellingen in een zo vroegtijdig mogelijk stadium (persoonlijk) contact leggen met schuldenaren om afspraken over afbetalingen te maken. Dit type van maatwerk moet voorkomen dat er automatisch dwangincasso’s en deurwaarders met de bijbehorende kosten worden ingezet die mensen vervolgens niet kunnen aflossen.

Incasserende organisaties moeten hun gegevens uitwisselen zodat de betalingsmogelijkheden en omstandigheden van iemand met schulden beter vastgesteld kunnen worden. Voorkomen moet worden dat het geleverde maatwerk van de ene instantie teniet wordt gedaan door een dwangincasso van een andere partij, schrijft Klijnsma.

Lees meer

Miljoenen beschikbaar voor bestrijding armoed en schulden

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt twee maal 4 miljoen euro beschikbaar voor projecten die armoede en schulden bestrijden. “Er wordt zulk fantastisch werk verricht door vrijwilligers en medewerkers van organisaties die mensen in de financiële problemen bijstaan. Ik geef hen graag een steuntje in de rug door projecten te ondersteunen die landelijke betekenis hebben en die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede en schulden.”

De projecten moeten zich richten op kwetsbare groepen. Klijnsma noemt daarbij met name kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, jongeren met financiële problemen, alleenstaande oudergezinnen, huishoudens met een langdurig laag inkomen en niet-westerse huishoudens.

In de Staatscourant is de Wijziging van de Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in verband met vaststelling van aanvraagtijdvakken, subsidieplafonds en thema’s voor de jaren 2016 en 2017 gepubliceerd.

Lees meer

Verdiepend onderzoek naar de groep onderbewindgestelden

Naar aanleiding van signalen van gemeenten over het toenemende beroep op bijzondere bijstand voor beschermingsbewind heeft de staatssecretaris Klijnsma (SZW) in 2014 onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen in het aantal onderbewindstellingen en uitgaven voor gemeenten door Stimulansz. Dit onderzoek gaf nog onvoldoende inzicht in de kenmerken van de onderbewindgestelden en de mogelijke oorzaken van de stijging. Op 6 november 2015 is het rapport ‘Verdiepend onderzoek naar de groep onderbewindgestelden’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Staatssecretaris Klijnsma (SZW) geeft in haar brief een samenvatting over de uitkomsten van het verdiepend onderzoek. Zij gaat vervolgens in op de aanbevelingen en vervolgstappen die zij in samenwerking met de verschillende organisaties zal zetten.

Een eenduidige verklaring van de groei van onderbewindstellingen hebben de onderzoekers niet kunnen geven. Wel zijn er twee opmerkelijke verschuivingen:

  • Een stijging van mensen die vanwege problematische schulden onder bewind zijn gesteld.
  • De groei van het aantal jongeren die onderbewindgesteld worden.

Een van de thema’s waar vervolgstappen op genomen worden: maatwerk leveren en zwaluwstaarten in de dienstverlening. De onderzoekers wijzen erop dat een standaard aanpak om financiële zelfredzaamheid te bevorderen er niet is. Er is maatwerk nodig. Pas wanneer een klant tijdig in beeld is, kan gekeken worden welke dienstverlening geschikt is. Het is hierbij van belang dat beschermingsbewind meer ‘gezwaluwstaart’ wordt met de dienstverlening die gemeenten aanbieden vanuit schuldhulpverlening.

Aanbiedingsbrief verdiepend onderzoek naar de groep onderbewindgestelden

Verdiepend onderzoek onderbewindgestelden